Duwen en trekken

Als u moet duwen of trekken

  • Kijk eerst of de kar, container of het bed zwenkwielen heeft die groter zijn dan 12 cm
  • Gebruik de handgrepen of aangrijpingspunten ongeveer op ellebooghoogte
  • Rij met de zwenkwielen aan de kant waar u duwt, zet indien mogelijk de voorste wielen vast in de rijrichting.
  • Breng het bed of kar langzaam in beweging, gebruik daarbij uw eigen gewicht
  • Neem met de kar, container of het bed de meest gunstige route
  • Ruim hindernissen onderweg eerst op
  • Oefen het rijden met een collega indien het nieuw is voor u

Als u de hoek om moet duwen

  • Loop altijd om de kar, container of het bed heen: u neemt dus de ‘buitenbocht’.
  • Duw recht voor u uit.
  • Duw nooit met één arm terwijl u met de andere trekt.

Als u niet over de kar of container kunt heenkijken

  • Duwen zou beter zijn, maar in zo’n geval móet u wel trekken
  • Soms is een (niet te zware) kar zoals een draadcontainer, aan één zijde te duwen. Let op dat de arm daarbij gebogen en voor het lichaam blijft.
  • Gebruik een elektrische voortbeweging als dit vaker voorkomt

Tips

Stel voor u gaat duwen de vijf ‘kar-vragen’:

  1. Draaien de wielen soepel?
  2. Hebben de wielen een diameter van 12 cm of meer?
  3. Is het totaalgewicht minder dan 300 kg?
  4. Is de vloer glad, horizontaal en zonder drempels?
  5. Zitten de handgrepen op ellebooghoogte?

Hebt u één keer 'nee' geantwoord? Pak dan een andere kar, maak de kar lichter of gebruik een trekker. Hebt u vijf keer 'ja' geantwoord? Ga dan uw gang met duwen. Maar… houd de zwenkwielen aan de kant waar u duwt, uw rug en armen gestrekt en begin rustig.

Zie ook de folder 'De zes RijRegels' van GoedGebruik.

Bekijk