Pagina-inhoud
Gassen
Risico's

Afhankelijk van het soort gas kan brand of een explosieve situatie ontstaan (waterstofgas, acetyleen of propaan) of een gezondheidsschadelijke situatie (koolzuurgas of narcosegassen). Gassen die zelf niet giftig zijn, kunnen wel gevaarlijk zijn omdat zij de zuurstof kunnen verdringen. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij stikstof en helium.
Naast de (gevaarlijke) eigenschappen van het gas zelf is de hoge druk ook een risico. In een gascilinder bevindt het gas zich onder (zeer) hoge druk (200 - 300 bar). Door verkeerd gebruik van de drukregelaar of door vallen, verhitten of bij doorroesten van de cilinder kan de gasfles als een projectiel wegschieten of zelfs exploderen. Dit betekent dat er bij gebruik en transport van gascilinders en bij de opslag van gassen goede veiligheidsmaatregelen nodig zijn.
Welke gassen
In een umc worden gassen voor verschillende doeleinden gebruikt. Er is een onderscheid tussen:
- Technische gassen: deze worden onder meer gebruikt voor niet-medische toepassingen en in laboratoria. Bijvoorbeeld koolzuur en stikstof.
- Medische gassen: deze worden gebruikt bij de behandeling van patiënten. Bijvoorbeeld zuurstof en narcosegassen.
Risico’s beperken
De opslag van gascilinders moet, volgens PGS 15, in een brandveiligheidskast als het totale volume van de gasflessen in de ruimte meer dan 125 liter bedraagt. Om veilig te werken, zijn de volgende maatregelen en voorzieningen nodig:
- Zet gascilinders goed vast tijdens stationaire opslag, gebruik en verplaatsing, om beschadiging te voorkomen. Doe dit in (verplaatsbare) rekken of tegen een muur.
- Opslag van volle cilinders mag tot een volume van 125 liter. Is de opslag groter dan moet een afgezogen brandveiligheidskast gebruikt worden.
- Zorg dat de gascilinders in goede technische staat zijn en laat ze periodiek keuren door de leverancier.
- Gebruik geen beschadigde gascilinders of gascilinders waarvan de keuringstermijn is verlopen. Sla deze ook niet op en voer ze zo spoedig mogelijk af.
- Zorg dat de afsluiters van gascilinders goed beschermd zijn tegen beschadiging waarbij een gas zou kunnen vrijkomen.
- Bescherm gascilinders tegen verwarming, verhitting of nadelige weersinvloeden.
- Stel batterijen van gascilinders niet op de arbeidsplaats op als ze brandbare vergiftige, verstikking veroorzakende of zuurstofverrijkende gassen bevatten. Stel ze op in een ruimte die alleen van buitenaf betreedbaar is.
- Zorg voor ventilatie op de buitenlucht of voor mechanische ventilatie van opstelruimtes waarin zich gascilinders bevinden die brandbare, vergiftige, verstikking veroorzakende of zuurstofverrijkende gassen bevatten. Voorzie deze ruimtes aan de buitenzijde bij de toegangen van een gevaarsymbool met de juiste ondertekst. Voorbeelden hiervan zijn ‘brandbare gassen roken en open vuur verboden’, ‘vergiftige, bedwelmende, verstikking veroorzakende gassen’ of ‘zuurstofverrijkende gassen roken en open vuur verboden’.
- Zorg voor een explosieveilige uitvoering van de elektrische installatie in opstelruimtes voor brandbare gassen.
- Sla geen gascilinders op in de nabijheid van kelders, souterrains, putten, rioleringen en andere ruimtes beneden het maaiveld, waarin het gas zich kan ophopen.
- Zorg in de nabijheid van gascilinders voor een gemakkelijk bereikbaar blustoestel dat goed tegen weersinvloeden is beschermd. Je kunt kiezen uit de volgende toestellen:
- een droogpoeder blustoestel met een inhoud van minimaal 6 kg bluspoeder
- een CO2-blustoestel met een blusequivalent van 6 kg poeder
- Sla zuurstofcilinders gescheiden op van gascilinders voor brandbare gassen.
- Zorg ervoor dat de aansluiting van een zuurstofcilinder op een leidingsysteem zodanig is, dat er geen andere gascilinders op kunnen worden aangesloten.
- Gebruik geen brandbare verpakkingen en smeervet voor afsluiters van zuurstofcilinders.
- Gebruik geen koper (of legeringen met meer dan 63% koper) voor leidingen en appendages die met acetyleen in aanraking kunnen komen. Zorg ervoor dat gascilinders met extreem toxische stoffen, zoals arsine en fosfine, tijdens tussenopslag en gebruik zijn uitgerust met twee onafhankelijke inblokafsluiters. Sla deze op in aparte ruimtes. Voorkom zoveel mogelijk dat medewerkers worden blootgesteld aan gassen of dampen in de OK’s.