Pagina-inhoud
Schoonmaak- en desinfectiemiddelen
Risico’s schoonmaakmiddelen

In veel schoonmaakmiddelen bevinden zich stoffen die schadelijk zijn voor het milieu en onze gezondheid. Deze stoffen kunnen een irriterende of schadelijke werking hebben. Wat betreft de gezondheid vormen de effecten op de huid een belangrijk aandachtspunt. Zo kunnen sterk alkalische of zure detergentia brandwonden veroorzaken. Ook zijn er producten die kunnen leiden tot problemen met de ademhalingswegen.
In de praktijk worden de effecten van schoonmaakmiddelen en de blootstelling eraan nogal eens onderschat. Als een gevaarlijke stof in een bepaalde concentratie voorkomt in een schoonmaakmiddel, valt het middel zelf ook onder de gevaarlijke stoffen.
Detergentia zijn sterk geconcentreerd en daardoor gevaarlijk. Een ogenschijnlijk ongevaarlijk schoonmaakmiddel kan wel 10% loog bevatten. Dat hoort op het etiket en in het VIB te staan. In de handleiding of het gebruiksvoorschrift kun je nagaan of de gebruiksconcentratie ook nog gevaarlijk is.
Desinfectiemiddelen vallen ook onder de gevaarlijke stoffen omdat ze bijvoorbeeld alcohol, glutaaraldehyde, formaldehyde, fenol, chloor- of jodiumverbindingen bevatten.
Raadpleeg vóór de aanschaf van zo’n stof de NFU Databank gevaarlijke stoffen, zodat je inzicht krijgt in het schadelijke effect van het schoonmaakmiddel en de juiste beheersmaatregelen.
Welke schoonmaakmiddelen

Schoonmaakmiddelen die in ziekenhuizen gebruikt worden zijn de middelen die de schoonmaakdiensten toepassen en de middelen die in de reinigingsapparatuur worden gebruikt.
Reiniging van oppervlakken en apparatuur, zeker in de patiëntenomgeving is streng geprotocolleerd. Vaak wordt de voorkeur gegeven aan het gebruik van klamvochtige microvezeldoekjes in plaats van chemische detergentia. Raadpleeg het protocol reiniging en desinfectie van jouw umc welke middelen zijn toegestaan.
Risico’s beperken
Onderstaand vind je een aantal belangrijke maatregelen:
- Gebruik, indien mogelijk, minder schadelijke alternatieven. Raadpleeg hiervoor het register Gevaarlijke Stoffen.
- Maak indien nodig een afspraak met de ziekenhuishygiënist voor ontsmetting.
- Stel een werkinstructie op (indien nodig ook in andere taal) en houd deze bij het product.
- Lever de schoonmaakmiddelen zoveel mogelijk gebruiksklaar aan.
- Voeg schoonmaakmiddel aan het water toe, in plaats van water aan het schoonmaakmiddel, wanneer het noodzakelijk is een verdunning te maken.
- Lees voor gebruik het etiket.
- Kijk tijdens het schoonmaken uit met het gebruik van verschillende middelen door elkaar. Sommige middelen reageren met elkaar, waardoor een giftige damp kan ontstaan (vooral in combinatie met chloor).
- Als je reinigt met een sterk schoonmaakmiddel en vervolgens met chloor, of omgekeerd, spoel dan tussendoor met voldoende water.
- Werk bij voorkeur met schoonmaakmiddelen in verpakkingen van minder dan 10 liter.
- Vernevel niet: voorkom overmatige inademing door aerosolvorming.
- Gebruik handschoenen: voorkom direct huidcontact.
- Gebruik, zo nodig, andere persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals werkkleding, (spat)bril.
- Zorg voor absorptiemiddelen in de directe nabijheid, zodat bij morsen snel opgeruimd kan worden.
- Plaats schoonmaakproducten die gevaarlijke stoffen bevatten in een lekbak.

Welke desinfectiemiddelen
Vanwege hun ontsmettende werking vraagt het werken met desinfectiemiddelen om extra voorzichtigheid. De regelgeving over desinfectiemiddelen is volop in beweging. Houd je aan de volgende regels:
- Gebruik alleen desinfectiemiddelen die in Nederland zijn toegelaten, en die ook zijn toegelaten door de afdeling Ziekenhuishygiëne en Infectiepreventie.
- Zorg voor voldoende ventilatie en, indien noodzakelijk, voor een goede afzuiging.
Verplichte registraties
Alle desinfectiemiddelen die geloosd kunnen worden, moeten geregistreerd en aangemeld worden bij het Hoogheemraadschap in het kader van de vergunning Wet verontreiniging oppervlaktewateren.
Meer informatie
Voor meer informatie over desinfectiemiddelen kun je terecht bij de ziekenhuishygiënist. Voor informatie over persoonlijke beschermingsmiddelen en ventilatie kun je terecht bij jouw arboadviseur.