Alle CLP-gevarenpictogrammen

Betekenis van het CLP-gevarenpictogram

Gevaarlijke stoffen zijn voorzien van pictogramen die informatie geven over de (gezondheids)risico’s voor mens en milieu. De criteria voor deze indeling staan beschreven in het Globally Harmonized System of Classification en Labeling of Chemicals (GHS-CLP) van de United Nations. In 2023 is revisie 10 verschenen.

De pictogrammen:

Explosief (GHS01)

Instabiele stoffen en preparaten die tot ontploffing kunnen komen zijn voorzien van dit symbool. Voorbeelden zijn vuurwerk en munitie, picrinezuur.

Ontvlambaar (GHS02)

Ontvlambare gassen, dampen of vloeistoffen zijn voorzien van dit symbool. Voorbeelden zijn alcoholen, koolwaterstoffen (benzine).

Oxiderend (GHS03)

Dit zijn gassen, stoffen en mengsels die met andere stoffen brand kunnen veroorzaken of bevorderen. Voorbeelden zijn zuurstof, bleekmiddel.

Gassen onder druk (GHS04)

Tot deze groep behoren (drukhouders) voor samengeperste gassen, vloeibare gassen, sterk gekoelde vloeibare gassen en opgeloste gassen. Voorbeelden zijn gasflessen en spuitbussen.

Corrosief (GHS05)

Tot deze groep behoren stoffen die corrosief zijn voor metalen, voor de huid en die ernstig oogletsel kunnen veroorzaken. Voorbeelden zijn azijnzuur, zoutzuur, ammoniak.

Giftig (GHS06)

Stoffen en mengsels die bij inademing of opname via de mond of de huid vrijwel direct schadelijk effecten of zelfs de dood kunnen veroorzaken. Voorbeelden zijn pesticiden, methanol.

Irriterend, sensibiliserend, schadelijk (GHS07)

Dit zijn stoffen of mengsels die bij directe, langdurige of herhaaldelijke aanraking met de huid of de slijmvliezen irriterend zijn. Tot deze groep behoren ook stoffen die duizeligheid  of een allergische huidreactie kunnen veroorzaken Voorbeelden zijn wasmiddelen, SDS, 2-mercaptoethanol.

Lange termijn gezondheidsgevaarlijk (GHS08)

Hieronder vallen de carcinogene, mutagene en reproductietoxische stoffen (CMR-stoffen). Tot deze groep behoren stoffen die bij inademing astmasymtomen veroorzaken, stoffen die bij inslikken dodelijk kunnen zijn als deze in de luchtwegen terechtkomen en stoffen met specifieke doelorgaantoxiciteit (STOT). Voorbeelden zijn lampolie, terpentine, acrylamide.

Gevaarlijk voor het aquatisch milieu (GHS09)

Stoffen die bij lozing in het milieu giftig zijn voor in het water levende organismen, soms met langdurige gevolgen. Voorbeelden zijn pesticiden, biociden.